Het geheim van een optimale hydratatie van de huid

Water is van groot belang voor het functioneren van de huid. Dit geldt in het bijzonder voor de hoornlaag (stratum corneum), de buitenste laag van de huid die verantwoordelijk is voor bescherming van het lichaam tegen uitdroging (Potts,1997; Verdier‐Sévrain & Bonté, 2007).

De huid dient een watergehalte van tussen de 10-15% te hebben om soepel en intact te blijven (Pons-Guiraud, 2007). Te weinig water droogt de huid uit, terwijl een teveel aan water de huid week maakt.

Hydratatie huid
Hoe de hoornlaag het watergehalte van de huid regelt
De hoornlaag bestaat voornamelijk uit hoorncellen (corneocyten): dode opperhuidcellen die richting het oppervlak van de huid zijn geduwd. In deze hoorncellen worden met behulp van enzymen hygroscopische (wateraantrekkende) moleculen aangemaakt, zoals aminozuren. Deze zorgen ervoor dat de hoornlaag ook in een droge omgeving voldoende water vasthoudt. Het totaal aan hygroscopische moleculen in de hoornlaag (die zo’n 20% van het drooggewicht van de hoornlaag ujitmaken), wordt de natuurlijke bevochtigingsfactor (Natural Moisturizing Factor, NMF) genoemd. Ironisch genoeg hebben de enzymen die hygroscopische moleculen aanmaken water nodig om goed te kunnen werken, waardoor een tekort aan wateraantrekkende moleculen er veelal voor zorgt dat er een droge huid cyclus ontstaat waarbij de huid niet makkelijk uit zichzelf kan herstellen.

Voordat de opperhuidcellen worden omgevormd tot hoorncellen en naar het huidoppervlak worden geduwd, produceren ze grote hoeveelheden lipiden (vetten) bestaande uit een mengsel van vrije vetzuren, cholesterol en ceramides. Deze lipiden, die zich tussen de hoorncellen bevinden (en hierdoor intercellulaire lipiden worden genoemd), zorgen ervoor dat de barrièrefunctie van de huid in stand blijft en de huid vrijwel geen water verliest. Het vochtverlies van de huid wordt transepidermaal waterverlies (Transepidermal Water Loss, TEWL) genoemd.

De natuurlijke bevochtigingsfactor en het transepidermale waterverlies reguleren samen wat het vochtgehalte van de huid is (Rawlings & Harding, 2004; Verdier‐Sévrain & Bonté, 2007). Daarnaast zorgen beide processen voor een goede barrièrefunctie van de huid: wanneer zij niet optimaal functioneren wordt de huid kwetsbaarder voor allerlei schadelijke invloeden van buitenaf.

stratum-corneumBron: BASF Skin Care Forum

Hydraterende bestanddelen in cosmetica
Een droge, vochtarme huid wordt over het algemeen behandeld met vochtverhogers: stoffen die de hoeveelheid water in de hoornlaag verhogen. Er zijn drie soorten vochtverhogers: bevochtigingsmiddelen of humectans, vetinbrengers (de zogenaamde ‘terugvetters’) en occlusieven (Kraft & Lynde, 2005; Rawlings et al., 2004).

Bevochtigingsmiddelen
Bevochtigingsmiddelen (humectanten) zijn moleculen met meerdere hydrofiele (waterminnende) groepen die in staat zijn de hoornlaag binnen te dringen en daar water vast te houden, net zoals de huideigen hygroscopische moleculen doen. Uitstekende bevochtigingsmiddelen in cosmetica zijn glycerine, honing, hyaluronzuur, panthenol,  pyrrolidon carboxylzuur (PCA), sorbitol en ureum.

Het vochtbindende vermogen van deze stoffen zorgt ervoor dat huidcellen iets opzwellen, waardoor rimpels minder zichtbaar worden. Wel zijn deze stoffen alleen effectief als ze in een waterbevattende emulsie verwerkt worden en/of worden opgebracht onder vochtige omstandigheden (bijvoorbeeld tijdens het wassen): als ze geen water uit de omgeving kunnen ontrekken, onttrekken ze het aan de hoornlaag zelf.

Vetinbrengers (‘terugvetters’)
Vetinbrengers (‘terugvetters’) zijn moleculen met meerdere lipofiele (vetminnende) groepen die samen lange koolstofketens vormen en hierdoor een filmlaag op de huid vormen waardoor er minder water uit de hoornlaag kan ontsnappen. Tevens vertonen deze lipiden vaak veel gelijkenissen met de intercellulaire lipiden van de hoornlaag, waardoor zij de barrièrefunctie van de huid in zekere mate kunnen herstellen en transepidermaal waterverlies voorkomen. De meest gebruikte lipiden zijn essentiële vetzuren (linol- en linoleenzuren aanwezig in diverse plantaardige oliën), ceramiden en fosfolipiden.

Occlusieven
Occlusieven zijn vettige stoffen die een zeer goed huidoppervlak afsluitend vermogen hebben. Voorbeelden van occlusieven in cosmetica zijn paraffine (minerale olie), petrolatum (vaseline), lanoline (wolvet), eucerine, wassen, vetalcoholen, vetzuuresters en siliconen. In tegenstelling tot vetinbrengers, zijn occlusieven niet in staat om de lipiden in de hoornlaag aan te vullen. Occlusieven zorgen ervoor dat water uit de onderliggende huidlagen wordt verzameld in de hoornlaag (met name als men zweet). Hierdoor zijn occlusieven de meest efficiënte vochtinbrengers. Het nadeel van de efficiëntie van deze occlusieven, is dat de huid overgehydrateerd kan raken, week wordt en minder goed in staat is het eigen vochtgehalte te reguleren.

De keuze voor een goed hydraterend cosmeticaproduct
Hydraterende cosmeticaproducten hebben meestal een cosmeticaformule bestaande uit een combinatie van verschillende soorten vochtverhogers (Kraft & Lynde, 2005; Lynde, 2001). De optimale combinatie van vochtverhogers is met name afhankelijk van de mate waarin de huid vocht- en/of vetarm is. Heb je een vochtarme huid, dan is een product dat rijk is aan bevochtigingsmiddelen de beste keuze; is je huid vetarm, kies dan liever voor een product met voldoende vetinbrengers. Heb je zowel een vochtarme als vetarme huid, kies dan een product met zowel vocht- als vetinbrengers.

Occlusieven in hun pure vorm zijn eigenlijk alleen maar geschikt voor een zeer droge huid, en dient dus alleen kortdurend gebruikt te worden in ‘noodgevallen’ of huidaandoeningen. Kleine concentraties aan occlusieven verwerkt in een crème, hydrateren de huid en zorgen ervoor dat de andere ingrediënten beter door de huid worden opgenomen.

Vindt je het lastig om zelf te achterhalen hoeveel vocht en/of vet je huid bevat? Tegenwoordig beschikken veel schoonheidsspecialisten, schoonheidsinstituten en parfumerieën zoals verschillende vestigingen van ICI PARIS XL over een huidanalyseapparaat die in staat is het vocht- en vetgehalte (en daarnaast ook de elasticiteit, structuur en pigmentatie) van de huid te meten.

MDS-1000 huidmeting huidanalyse


Bronnenlijst

Draelos, D.Z. (2000). Therapeutic moisturizers. Dermatologic clinics, 18(4), 597-607.

Kraft, J. N., & Lynde, C. W. (2005). Moisturizers – what they are and a practical approach to product selection Skin Therapy Lett, 10(5), 1-8.

Lynde, C. W. (2001). Moisturizers: what they are and how they work. Skin Therapy Lett, 6(13), 3-5.

Potts, R. (1997). Skin Barrier: Principles of Percutaneous Absorption. Archives of Dermatology, 133(7), 924-924.

Rawlings, A. V., & Harding, C. R. (2004). Moisturization and skin barrier function. Dermatologic Therapy, 17(s1), 43-48.

Rawlings, A. V., Canestrari, D. A. and Dobkowski, B. (2004), Moisturizer technology versus clinical performance. Dermatologic Therapy, 17: 49–56.

Schaefer, H., & Redelmeier, T. E. (1996). Skin barrier: principles of percutaneous absorption (Vol. 19, p. 169). Basel: Karger.

Verdier‐Sévrain, S., & Bonté, F. (2007). Skin hydration: a review on its molecular mechanisms. Journal of cosmetic dermatology, 6(2), 75-82.

Deel dit via:
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Geplaatst in Huid & Haar Getagd met ,

Review mijn reviews

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*