Het gevaar van de Frankenstein vetten

Goede vetten in je voeding zijn essentieel voor een goede gezondheid. Maar mocht je hier nog niet van op de hoogte zijn: transvetzuren (in het kort vaak transvet genoemd) vallen hier zeker niet onder.

Net als het monster, dat in de roman van Mary Shelley door Victor Frankenstein in een laboratorium gecreëerd wordt, worden ook transvetten gemaakt door de mens. En net als het monster, zijn ook zij levensgevaarlijk gebleken. Vandaar dat transvetten in de V.S. en U.K. inmiddels de bijnaam ‘Frankenstein fats’ gekregen hebben.

Transvet in fast foodWat is transvet?
Hoewel transvetten ook in kleine hoeveelheden worden aangetroffen in de vetten en melkproducten afkomstig van bepaalde herkauwende dieren, komt veruit het meeste transvet dat in onze voeding zit, voort uit industriële bewerking (Aro et al., 1998). Hierbij worden vloeibare plantaardige oliën door middel van hydrogenering omgezet in gedeeltelijk geharde vetten; een proces waarbij de onverzadigde vetzuren veranderen in transvetzuren (Wiederman, 1978).

In vergelijking met de plantaardige onverzadigde vetzuren, zijn transvetten steviger van textuur, hebben een betere smeerbaarheid, zijn goedkoper en hebben vooral een veel langere houdbaarheid. Allemaal redenen voor de voedingsindustrie om transvet in tal van uiteenlopende producten te verwerken (Weiss, 1983).

Waarom is transvet zo ongezond?
Aanvankelijk werden transvetten gezien als een gezonder alternatief voor verzadigde vetten (met name omdat eerst gedacht werd dat verzadigde vetten ongezond zouden zijn, wat niet per se waar is). Met als gevolg dat plantaardige oliën en roomboter massaal werden vervangen door transvetbommen als margarine en halvarine (Enig et al., 1983; Slover et al., 1985).

Inmiddels weten we wel beter. Want hoewel iedereen een eigen mening heeft over wat gezond eten precies is (dit is de mijne), is vrijwel iedereen het erover eens dat transvet ongezond is.

In tegenstelling tot natuurlijke onverzadigde vetten, die allemaal een cis-verbinding hebben (waardoor de vetzuurketen van nature gekromd is), is transvet een onverzadigd vet waarvan een of meer dubbele bindingen een trans-configuratie vertonen (wat ervoor zorgt dat de vetzuurketen rechtgetrokken wordt) (Allen, 1981).

Het is deze specifieke chemische structuur van transvet die verantwoordelijk wordt gehouden voor tal van gezondheidsproblemen die ontstaan bij de consumptie ervan. Het lichaam weet niet wat het aanmoet met transvet en kan het niet verteren, waardoor het nagenoeg niet wordt afgebroken in het lichaam en zich gaat ophopen.

Het meest overtuigende bewijs voor de schadelijkheid van transvet, is dat de opname van transvet in het lichaam een onnatuurlijke wijziging veroorzaakt in de samenstelling van het lipidenprofiel. Dit geldt zowel voor het cholesterol (de juiste LDL-HDL-balans) als de lipoproteïnen die het cholesterol vervoeren (Mensink & Katan, 1990; Aronis et al., 2012).

Daarnaast is de consumptie van gefabriceerd transvet (waarschijnlijk vanwege de slechte invloed op het lipidenprofiel) geassocieerd met een hoger risico op hart- en vaatziekten (Willett et al., 1993; Mozaffarian et al., 2006; Bendsen et al., 2011; De Souza et al., 2015). Dit verband tussen hart- en vaatziekten en fabrieksvetten lijkt overigens niet op te gaan voor de natuurlijke transvetten (Bendsen et al., 2011).

Uit de bekende Nurses’ Health Study zijn verder ook aanwijzingen gebleken dat:

  • de consumptie van transvet het risico op hart en vaatziekten met name verhoogd bij vrouwen jonger dan 65 jaar (Oh et al., 2005);
  • hoe meer transvetzuren er in de navelstreng van een pasgeboren baby zitten, des te slechter de neurologische conditie van het kind bij 18 maanden (Bouwstra et al., 2006);
  • vrouwen die regelmatig transvet eten, meer in gewicht toenemen dan vrouwen die andere vetten eten (Field et al., 2007).

Transvet op ingrediëntenlijstHoe je transvet zoveel mogelijk uit je voeding weert
In een aantal landen, zoals de V.S., Canada en Denemarken, hebben de overheden rigoureuze maatregelen getroffen tegen transvet, door transvetten niet langer als veilig voor consumptie te bestempelen en het verwerken van transvet in voedingsmiddelen te verbieden.

In Nederland is dit helaas (nog) niet het geval en mag transvet nog gewoon gebruikt worden. Het gebruik van gedeeltelijk geharde olie of vet moet wel altijd vermeld worden op de ingrediëntendeclaratie van voedingsmiddelen. In sommige gevallen wordt het gehalte aan transvet expliciet vermeld op het etiket, maar veelal wordt er gebruik gemaakt van verhullende termen als ‘plantaardig vet, gedeeltelijk gehard’, ‘gehydrogeneerd vet’, ‘gehydrogeneerde plantaardige olie’, ‘geconjugeerd linolzuur’ of ‘vacceenzuur’.

De opname van transvet kun je het beste voorkomen door zoveel mogelijk echt voedsel te eten, en voorbewerkte, kant-en-klare supermarktproducten zoveel mogelijk uit je voedingspatroon te bannen. Dit geldt met name voor margarine, halvarine, voorverpakte snacks, fast food, diepvriesmaaltijden en van meel gemaakte producten zoals cake en koekjes (Mozaffarian et al., 2006).

Op deze pagina van Fonteine.com kun je een overzicht vinden van allerlei in supermarkten veel verkochte producten die transvet bevatten.


Bronnenlijst

Allen, R. R. (1981). Hydrogenation. Journal of the American Oil Chemists’ Society, 58(3), 166-169.

Aro, A., Antoine, J. M., Pizzoferrato, L., Reykdal, O., & Van Poppel, G. (1998). Transfatty acids in dairy and meat products from 14 European countries: the TRANSFAIR study. Journal of Food Composition and Analysis, 11(2), 150-160.

Aronis, K. N., Khan, S. M., & Mantzoros, C. S. (2012). Effects of trans fatty acids on glucose homeostasis: a meta-analysis of randomized, placebo-controlled clinical trials. The American journal of clinical nutrition, 96(5), 1093-1099.

Bendsen, N. T., Christensen, R., Bartels, E. M., & Astrup, A. (2011). Consumption of industrial and ruminant trans fatty acids and risk of coronary heart disease: a systematic review and meta-analysis of cohort studies. European journal of clinical nutrition, 65(7), 773-783.

Bouwstra, H., Dijck-Brouwer, J., Decsi, T., Boehm, G., Boersma, E. R., Muskiet, F. A., & Hadders-Algra, M. (2006). Neurologic condition of healthy term infants at 18 months: positive association with venous umbilical DHA status and negative association with umbilical trans-fatty acids. Pediatric research, 60(3), 334-339.

De Souza, R. J., Mente, A., Maroleanu, A., Cozma, A. I., Ha, V., Kishibe, T., … & Anand, S. S. (2015). Intake of saturated and trans unsaturated fatty acids and risk of all cause mortality, cardiovascular disease, and type 2 diabetes: systematic review and meta-analysis of observational studies.

Enig, M. G., Pallansch, L. A., Sampugna, J., & Keeney, M. (1983). Fatty acid composition of the fat in selected food items with emphasis on trans components. Journal of the American Oil Chemists’ Society, 60(10), 1788-1795.

Field, A. E., Willett, W. C., Lissner, L., & Colditz, G. A. (2007). Dietary fat and weight gain among women in the Nurses’ Health Study. Obesity, 15(4), 967-976.

Mensink, R. P., & Katan, M. B. (1990). Effect of dietary trans fatty acids on high-density and low-density lipoprotein cholesterol levels in healthy subjects. New England Journal of Medicine, 323(7), 439-445.

Mozaffarian, D., Katan, M. B., Ascherio, A., Stampfer, M. J., & Willett, W. C. (2006). Trans fatty acids and cardiovascular disease. New England Journal of Medicine, 354(15), 1601-1613.

Oh, K., Hu, F. B., Manson, J. E., Stampfer, M. J., & Willett, W. C. (2005). Dietary fat intake and risk of coronary heart disease in women: 20 years of follow-up of the nurses’ health study. American Journal of Epidemiology, 161(7), 672-679.

Slover, H. T., Thompson Jr, R. H., Davis, C. S., & Merola, G. V. (1985). Lipids in margarines and margarine-like foods. Journal of the American Oil Chemists’ Society, 62(4), 775-786.

Weiss, T. (1983). Food oils and their uses. Connecticut: The AVI Publishing Company INC.

Wiedermann, L. H. (1978). Margarine and margarine oil, formulation and control. Journal of the American Oil Chemists’ Society, 55(11), 823-829.

Willett, W. C., Stampfer, M. J., Manson, J. E., Colditz, G. A., Speizer, F. E., Rosner, B. A., … & Sampson, L. A. (1993). Intake of trans fatty acids and risk of coronary heart disease among women. The Lancet, 341(8845), 581-585.

Deel dit via:
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Geplaatst in Schoonheid en Gezondheid Getagd met ,

Review mijn reviews

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*