De wetenschap achter ware schoonheid

Wat is schoonheid?

Al aan het begin van mijn zoektocht naar een antwoord op deze vraag, moest ik concluderen dat er een alomvattende definitie voor schoonheid bestaat. Het ontbreken van een eenduidige definitie lijkt met name te worden veroorzaakt door het feit dat menselijke schoonheid bepaald wordt door meerdere factoren die al dan niet op een bepaalde wijze met elkaar samenhangen.

Wat anno 2013 wel vaststaat, is dat hoewel schoonheidsidealen kunnen verschillen naar persoon, cultuur en tijd, er toch zoiets blijkt te bestaan als universele, objectieve schoonheid. Iemands schoonheid wordt bepaald door de samenhang van de volgende vier factoren (Grammer & Thornhill, 1994; Cellerino, 2003; Kościński, 2007; Little et al., 2011):

  1. symmetrie;
  2. gemiddeldheid;
  3. gezondheid en jeugdigheid, en
  4. seksuele dimorfie.

De schoonheid van symmetrie
gouden maskerIn de schoonheidsleer (esthetica) is men ooit eens begonnen om met behulp van wiskundige meetmethoden een universele formule voor schoonheid op te stellen. Zo stelde Pythagoras al dat schoonheid berust in regelmatige gelaatstrekken en een symmetrisch gezicht (de ‘gulden snede’ of ‘gouden ratio’), een principe waar in de loop van de tijd andere wetenschappers hun onderzoek op gebaseerd hebben, zoals het zogenaamde ‘gouden masker’ van Dr. Marquardt op de afbeelding hiernaast (bron: beautyanalysis.com).

Inmiddels is gebleken dat symmetrie zeker een factor van betekenis is bij menselijke schoonheid, maar dat een symmetrisch gezicht nog niet hetzelfde is als een mooi gezicht.

De schoonheid van ‘gemiddeldheid’
Naast een symmetrisch gezicht wordt schoonheid tevens bepaald door koinofilie: de menselijke voorkeur voor het gemiddelde, niet-afwijkende. Dat een gemiddeld gezicht als aantrekkelijk wordt beschouwd, werd als eerste ontdekt door Francis Galton (1878). Hij legde verschillende foto’s over elkaar heen in de hoop erachter te komen hoe het gezicht van een typische crimineel eruitzag. Hoewel dit onderzoek niet leidde tot de ontdekking van een typisch crimineel gezicht, leidde het wel tot de ontdekking de samengestelde gezichten een stuk aantrekkelijker waren dan de ­afzonderlijke.

Onderzoek naar het ‘middelen van gezichten’ is sinds het onderzoek van Galton met behulp van computerprogramma’s een stuk gemakkelijker uitvoerbaar en  accurater geworden, maar de uitkomst is echter nog steeds hetzelfde: een gemiddeld gezicht wordt als aantrekkelijk beschouwd. Hierbij dient wel de opmerking te worden gemaakt dat een gemiddeld gezicht meer symmetrisch is en vaak jonger oogt (Langlois & Roggman, 1990).

Gemiddelde gezichtenUniversele schoonheid op basis van gemiddelde gezichten volgens de Japanse kunstenaar Akira Gomi (Bron: Karl Grammar)

De schoonheid van gezondheid en jeugdigheid
Naast symmetrie en gemiddeldheid, wordt schoonheid gekarakteriseerd door kenmerken die gezondheid en jeugdigheid weerspiegelen, namelijk witte tanden, helder oogwit, fraaie nagels, weelderig en glanzend haar en met name een egale huid (Fink et al., 2001; Fink & Matts, 2007; Jones et al., 2004).

Uiterlijke kenmerken van jeugdigheid en vruchtbaarheid zijn sterk gerelateerd aan de seksehormonen (oestrogeen bij vrouwen en testosteron bij mannen). Het zijn deze hormonen die naast hun invloed op jeugdigheid en gezondheid leiden tot de ontwikkeling van mannelijke en vrouwelijke seksekenmerken en hiermee verantwoordelijk zijn voor seksuele dimorfie: het verschil in uiterlijk tussen mannen en vrouwen.

De schoonheid van seksuele dimorfie
Omdat seksehormonen het immuunsysteem sterk onderdrukken, zijn seksuele vormkenmerken tekens van goede genen en een uitmuntend immuunsysteem. Alleen mensen waarvan het immuunsysteem zeer sterk is, zijn immers in staat om te gaan met de negatieve effecten van oestrogeen en testosteron (Fink & Penton-Voak, 2002; Thornhill & Gangestad, 2006).

Het uiterlijk van echt mooie vrouwen wordt naast symmetrie, gemiddeldheid en de aanwezigheid van tekenen die gezondheid en jeugdigheid weerspiegelen, gekenmerkt door enkele ‘overdreven’ vrouwelijke trekken die wijzen op de aanwezigheid van veel oestrogeen en weinig testosteron. Onder deze ‘overdreven’ vrouwelijke trekken vallen een hoog voorhoofd, grote ogen, wijde pupillen, hoge jukbeenderen, fijne kaken, een kleine neus, een brede lach, volle lippen, een kleine kin, weinig gezichtsbeharing en een hoog gezichtscontrast.

Wat betreft de rest van het vrouwelijke lichaam, gaat de voorkeur uit naar prompte borsten, smalle onderarmen, een normaal gewicht (BMI tussen de 19 en 20), een zandloperfiguur met een verhouding tussen middel en heup van ongeveer 0.7, weinig lichaamsbeharing, benen die langer dan 5% dan het gemiddelde zijn, smalle kuiten en kleine voeten (Etcoff, 1999; Perret et al., 1998).


Bronnenlijst

Cellerino, A. (2003). Psychobiology of facial attractiveness. J Endocrinol Invest; 26(3): 45-8.

Etcoff, N. (1999). Het recht van de mooiste. De wetenschap van mooi en lelijk. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Contact.

Fink, B., Grammer, K. & Thornhill, R. (2001). (Homo sapiens) facial attractiveness in relation to skin texture and color. Journal of Comparative Psychology, 115(1), 92-99.

Fink, B. & Matts, P. J. (2007). The effects of skin colour distribution and topography cues on the perception of female facial age and health. Journal of the European Academy of Dermatology and Venereology, 22(4), 493-498.Galton, F. (1878). Composite portraits, made by combining those of many different persons in a single resultant figure. J. Anthropol. Inst; 8, 132–144.

Fink, B. & Penton-Voak,  I. ( 2002). Evolutionary psychology of facial attractiveness. Curr. Dir. Psychol. Sci. 11:154–58.

Grammer, K. & Thornhill, R. (1994). Human (Homo sapiens) facial attractiveness and sexual selection – the role of symmetry and averageness. Journal of comparative psychology; 108(3), 233–42.

Jones, B. C., Little, A. C., Burt, D. M., & Perrett, D. I. (2004). When facial attractiveness is only skin deep. Perception, 33, 569-576.

Kościński, K. (2007). Facial attractiveness – General patterns of facial preferences. Antropological review; 70: 45-79.

Langlois, J., & Roggman, L. A. (1990). Attractive faces are only average. Psychological Science, 1, 115-121.

Little, A.C., Jones, B.C., DeBruine, L.M. (2011). Facial attractiveness – evolutionary based research. Philos. Trans. R. Soc. B 366, 1638-1659.

Perrett, D.I., Lee, K. J.,  Penton-Voak, I.. Rowland, D., Yoshikawa, S., Burt, D. M., Henzi, S. P., Castles, D. L. & Akamatsu, S. (1998). Effects of sexual dimorphism on facial attractiveness. Nature; 394, 884-887.

Thornhill, R., & Gangestad, S. W. (2006). Facial sexual dimorphism, developmental stability, and susceptibility to disease in men and women. Evolution and Human Behavior, 27(2), 131-144.

Deel dit via:
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Geplaatst in Schoonheid en Gezondheid Getagd met ,

Review mijn reviews

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*